Schubert – Vier Impromptus, Op. 142 (D. 935)
https://open.qobuz.com/playlist/28788295
De vier Impromptus Op. 142, D. 935, behoren tot de meest geliefde pianowerken van Franz Schubert. Ze werden gecomponeerd in 1827, maar pas in 1839 gepubliceerd, ruim tien jaar na zijn dood. Schubert zag ze zelf als een vervolg op de eerdere Impromptus Op. 90: in het manuscript nummerde hij ze zelfs als stukken 5 tot en met 8. Hoewel ze niet officieel als cyclus bedoeld zijn, vormen ze door hun tonaliteit, sfeer en opbouw een opvallend samenhangend geheel.
Impromptu in f-klein – Allegro moderato
Het eerste Impromptu opent met een improvisatorische, bijna verhalende introductie. De sfeer is donker, dramatisch en groots. De structuur doet denken aan een sonatevorm, maar Schubert buigt die naar zijn eigen hand. De cadenza-achtige passages geven het stuk een episch karakter. De harmonieën zijn typisch Schubertiaans: onverwachte modulaties, melancholie en lyriek wisselen elkaar af. Het stuk beweegt tussen stormachtige uitbarstingen en intieme momenten, waardoor het een van de meest dramatische pianowerken uit zijn late periode is.Impromptu in As-groot – Allegro
Het tweede Impromptu vormt een helder contrast met het eerste. Het is geschreven in de vorm van een menuet, met een duidelijke driedelige structuur. De melodie is elegant en dansant, bijna Mozartiaans in helderheid, maar met Schuberts warme harmonieën en subtiele kleurverschillen. Het trio-gedeelte biedt een zachte, lyrische tegenstem. Dit stuk voelt als een oase van licht na de tragiek van het eerste Impromptu.Impromptu in Bes-groot – Thema met variaties
Het derde Impromptu is een thema met variaties. Het eenvoudige, bijna volksliedachtige thema vormt de basis voor vijf variaties, die elk een eigen karakter hebben. Sommige zijn lyrisch en ingetogen, andere virtuoos en sprankelend. De afsluitende coda is verstild en tijdloos, een van de meest ontroerende momenten in de hele set. Hier toont Schubert zijn vermogen om van een eenvoudige melodie een diep emotionele reis te maken.Impromptu in f-klein – Allegro scherzando
Het vierde Impromptu is het meest virtuoze van de vier. Het heeft een rondo-achtige vorm en is ritmisch, energiek en motorisch. De snelle passages, sprankelende figuren en krachtige accenten geven het stuk een bijna orkestrale kracht. De terugkeer naar f-klein sluit de hele set cirkelvormig af en vormt een duidelijke echo van het eerste Impromptu. Het is een vurige finale die de pianist technisch en muzikaal tot het uiterste drijft.
Waarom deze vier Impromptus bijzonder zijn
Hoewel ze niet officieel als cyclus zijn bedoeld, vormen ze samen een overtuigend geheel. De tonaliteit (f – As – Bes – f) creëert een logische boog. De stukken tonen Schuberts late stijl: een mengeling van lyriek, melancholie, dramatiek en verstilling. Ze zijn pianistisch uitdagend, maar tegelijk symfonisch in hun opbouw en harmonische rijkdom. De Impromptus Op. 142 behoren tot de meest persoonlijke en diepgaande werken die Schubert voor piano schreef.
No comments:
Post a Comment